Copacabana

Ik verkoop doorgaans vrij unieke auto’s. Auto’s waarvan er soms maar twee of drie in Europa te koop staan. Niet zo vreemd dat er dan ook wel eens potentiële klanten uit België, Duitsland of Frankrijk reageren. Maar als je dan gemaild wordt vanaf een mailadres met een wel héél vreemde extensie achter de punt dan ben je op je hoede. De aan mij verstuurde mail, in perfect Nederlands opgesteld, kwam uit Brazilië. De persoon in kwestie toonde interesse in een vrij unieke Mercedes-Benz.

Nu doen de wildste verhalen de ronde op internet. Criminelen die je een cheque sturen inclusief transportkosten met het verzoek de auto af te leveren op een ranzige kade ergens in het havengebied van Antwerpen. De auto wordt vervolgens verscheept en de cheque blijkt in het meest gunstige geval ongedekt te zijn.

De man vroeg mij of de door hem beoogde auto inderdaad ‘nieuw’ was, zoals ik op mijn website beweerde. Ik worstelde ondertussen met visioenen van besnorde criminelen op het strand van de Copacabana met een laptop op schoot die, onder het genot van talloze cerveza’s, een argeloze Nederlandse handelaar aan het oplichten waren. Ik besloot toch maar te mailen dat de auto inderdaad als nieuw omschreven kon worden. “Goed”, antwoordde de Hollander in den vreemde mij weer terug. ‘Dan maak ik nu de verkoopprijs aan u over. Kan ik er van op aan dat de auto dan aan mij verkocht is?” Ik besloot het avontuur te nemen en meldde mijn mystery guest dat dit na betaling van het gevraagde bedrag inderdaad het geval zou zijn. “Prima, ik kom hem dan over twee weken ophalen”.

Drie dagen later opende ik, gewapend met digi-reader en bankpas, mijn bankrekeningen. Tot mijn verbazing stonden alle 18 duizend euro’s al op mijn rekening. Ik grijnsde, verrast en vereerd dat iemand in den vreemde me zoveel vertrouwen gaf, maar besloot toch mijn accountmanager maar eens te polsen over deze boeking. Hamvraag was natuurlijk of het bedrag er ook weer met dezelfde snelheid afgehaald zou kunnen worden. “Geen zorgen”, meldde hij. “Niemand kan er bij, behalve jij”. Heerlijk, zoveel wederzijds vertrouwen.

Tekst: Marco Hof

Foto : Luuk van Kaathoven

Eerder gepubliceerd in De Volkskrant